donderdag, 20 december 2018 14:10

Rechtvaardige transitie, ook mogelijk in het globale Zuiden

Songhai

Katowice 2018: alweer een nieuwe klimaatconferentie die we kunnen archiveren. De 24e was het ondertussen al, en toch is de uitdaging om grote klimaatrampen te voorkomen groter dan ooit. Een duurzamere toekomst voor iedereen waarborgen –  een economie met een lage CO2-uitstoot, groene jobs, waardig werk en sociale bescherming als standaard – is een enorme onderneming, zelfs voor ’s werelds meest geavanceerde economieën. Dus hoe kan een rechtvaardige transitie er dan uitzien in het globale Zuiden, waar vele landen niet alleen in de frontlinie van de klimaatverandering liggen, maar daarnaast ook nog eens de instituties en mechanismes missen om uitstoot te beperken en aanpassingen te waarborgen? Dat was de hoofdvraag tijdens een vierdaags seminarie in Cotonou (Benin) dat onlangs werd georganiseerd door Wereldsolidariteit en ACV, in samenwerking met het IVV (Internationaal Vakverbond) en haar Afrikaanse regionale organisatie ITUC Africa.

“In Nigeria verdienen 87 miljoen mensen minder dan 1 dollar per dag. Ons land lijdt onder het voortdurend veranderende klimaat.” Aan het woord is Ismail Bello van de Nationale Unie van Textielarbeiders van Nigeria (NUTGTWN). Jaarlijkse overstromingen en geweld voor schaarse middelen zijn slechts enkele gevolgen van klimaatopwarming die hij aanhaalt. “Als je nadenkt over de omvang van het probleem, is het gemakkelijk om ontmoedigd te geraken.”

“En toch moeten we deze crisis als een opportuniteit zien,” zegt Bello. Een algemeen gevoel dat het seminarie in Cotonou overheerst. “Er zijn inderdaad opportuniteiten,” bevestigt James Canonge, specialist sociale bescherming bij de IAO. “Rechtvaardige transitie zou tegen 2030 18 miljoen jobs kunnen opleveren.”

Rechtvaardige transitie in Benin

In de VS zijn meer mensen aan het werk binnen de sector van zonne-energie dan in de olie-, steenkool- en gassector samen. In Brazilië, heeft het Bolsa Verde (letterlijk ‘groene beurs’) programma sinds 2011 meer dan 54.000 arme families op het platteland financieel ondersteund in ruil voor bosbehoud. Onlangs hebben Spaanse vakbonden ervoor gezorgd dat de sluiting van steenkoolmijnen gepaard ging met de duurzame ontwikkeling van de mijnregio’s. Dit zijn maar enkele voorbeelden van rechtvaardige transitie in de grotere economieën van deze wereld. Maar dat het ook elders kan, bewijzen volgende voorbeelden uit Benin.

DSC 0104

Songhai, een revolutionair grootschalig landbouwproject net buiten hoofstad Porto Novo,  is er zo één. Naast het bieden van training aan meer dan 5000 studenten per jaar en met de aanwerving van 1500 werknemers, doet Songhai aan baanbrekend onderzoek, ontwikkeling en productie binnen een duurzame, biologische landbouwindustrie. Het kleiner duurzaam landbouwproject MTC, dat net buiten Cotonou ligt, zorgt in de eerste plaats voor jobcreatie: In 2014 waren er een aantal jongeren die hun opleiding in Songhai hadden afgerond, maar geen land hadden om te bewerken of geen zicht hadden op werk. “We promoten waardig werk, dus beslisten we deze jongeren bijkomend op te leiden in een collectieve landbouwonderneming en we startten een coöperatie op. Deze coöperatie heeft ondertussen 40 leden van alle leeftijden die dankzij de steun van de vakbonden meer dan het minimumloon verdienen en toegang hebben tot microfinanciering en een gezondheidscentrum. Een laatste voorbeeld is Ciment Bouclier, één van de grootste cementfabrieken in Benin. Volgens lokale vakbondsleden is Ciment Bouclier een voortrekker van sociale dialoog, waardig werk, gezondheid en veiligheid op het werk, milieubeheer en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

 

Brood bakken met broodvrucht

pan de frutaUiteraard zijn er ook buiten Benin voorbeelden te vinden van rechtvaardige transitie met oog voor het milieu. In de Dominicaanse Republiek geeft het Nationaal Instituut voor Landbouwtraining opleidingen aan kleine boeren over op het lokale klimaat afgestemde landbouw. Biologische cacaoproductie, herbebossingsprojecten en het creëren van toegevoegde waarde bij productie zijn enkele methoden. "Graan groeit er niet in de Dominicaanse Republiek,” zegt Esperidon Villa Paredes van het instituut. “Dus geven we trainingen over hoe leden brood kunnen bakken met 40 procent broodvrucht, lokaal groeiend fruit, en 60 procent geïmporteerd graan. Kosten worden beperkt, de lokale economie wordt gestimuleerd, en uitstoot wordt kleiner door de verminderde import.”

Ook op nationaal vlak is verandering mogelijk, bewijst Maria Emeninta van de Indonesiche vakbond KSBSI: “We geven cursussen aan onze leden zodat ze beter kunnen onderhandelen om clausules over klimaatactie te integreren in de cao’s van hun sector. We geven ook input aan de Nationale Raad voor Klimaatverandering over hoe Indonesië zijn uitstoot kan verminderen.

“Zonder sociaal overleg geen sociale bescherming”

Allemaal positieve voorbeelden die op het seminarie in Benin gedeeld werden en als inspiratie kunnen dienen voor andere deelnemers. Al werd er ook op een aantal obstakels gewezen. Eén ervan is het feit dat rechtvaardige transitie niet kan plaatsvinden zonder sterke vakbonden en een open communicatie naar overheid en werkgevers. In teveel landen is deze dialoog nog afwezig. Marc Dorvil van de Haïtiaanse vakbond CTSP schetst de situatie in zijn land: "De verschillende regeringen die elkaar hebben opgevolgd sinds ons ontstaan in 2008 hebben nooit het werk van vakbonden of werknemersrechten willen erkennen. Ondanks het feit dat Haïti de 8 fundamentele conventies  van de Internationale Arbeidersorganisatie heeft geratificeerd, worden vakbonden onmiddellijk de kop ingedrukt.”

Dorvil schat de situatie moeilijk in: “Zonder sociaal overleg geen sociale bescherming. Op dit moment zijn we enkel nog maar aan het onderhandelen om in dialoog te kunnen gaan.” Toch is Dorvil geïnspireerd geraakt tijdens het seminarie. “Zoveel voorbeelden om mee naar huis te nemen. Maar alles begint met het veranderen van de mindset van mensen. Dat is de eerste stap.”

 

foto Songhai © Tamara Gausi