woensdag, 03 april 2019 17:11

Afrikaanse Unie wil armoede uitroeien. Wereldsolidariteit vraagt inspraak sociale bewegingen.

informal economy 2

Tweejaarlijks komen ze samen, de leden van de Commissie Sociale Zaken van de Afrikaanse Unie (CTS-DSTE), om het met experten te hebben over de ‘sociale’ kant van het continent. Elke lidstaat kwam deze week met een tripartite delegatie – regering, werkgevers en werknemers – afgezakt naar de Ethiopische hoofstad Addis Abeba om een aantal dossiers voor te bereiden die later deze week door de ministers van de Afrikaanse landen kunnen worden geformaliseerd. Katrien Verwimp, hoofd van onze Beleids- en studiedienst, is er samen met Drissa Saoré van onze Burkinese partnervakbond CNTB, en tevens vertegenwoordiger van ons West-Afrikaanse netwerk, aanwezig om een stevige sociale stempel te drukken op het beleid van de Unie.

‘Armoede uitroeien’, nummer 1 van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, is het thema van deze editie. Door strategische investeringen op nationaal en regionaal niveau wil de Afrikaanse Unie deze enorme uitdaging aanpakken. Niet eenvoudig in een continent waar 86% van de werkende bevolking in de informele sector aan de slag is. Geen contract, geen gewaarborgd inkomen en zeer weinig controle op de werkomstandigheden is de situatie van de overgrote meerderheid van de Afrikanen. Zelfs als de landbouwsector buiten beschouwing wordt gelaten, werkt bijna 3 op 4 in de informele sector. Wereldsolidariteit en haar internationaal netwerk pleit dan ook voor de formalisering van deze informele economie en het waardiger maken van de jobs waar dit nog niet meteen mogelijk is. Vooral achter het betrekken van sociale bewegingen zoals vakbonden, coöperaties en vrouwenorganisaties bij het beleid en de uitvoering ervan zetten onze vertegenwoordigers een groot uitroepteken. Ook bij de verbetering van de sociale bescherming van werknemers in de informele economie, maar ook van migranten, vrouwen en kinderen kunnen sociale bewegingen een grotere rol spelen.

Kinderarbeid

Een ander heikel punt is de grootschalige kinderarbeid in Afrika. Volgens de Afrikaanse Unie zou maar liefst 1 op 5 kinderen aan het werk zijn, waarvan de helft in zware omstandigheden. Denk daarbij onder meer aan de kinderen die dagelijks coltan uitgraven in de Congolese mijnen. Vermoed wordt dat kinderarbeid echter nóg meer verspreid is dan geschat. Ook daarover zullen vanuit de Commissie aanbevelingen worden gemaakt.