vrijdag, 26 april 2019 13:17

Minder dan 1 op 3 Belgische bedrijven heeft aandacht voor mensenrechten

mijnsector

'De Belgische overheid loopt achter met wettelijke maatregelen die bedrijven verplichten mensenrechten te respecteren.' Dat was het resultaat van een studie van het HIVA (KU Leuven) uit 2018. Uit een nieuwe studie van datzelfde onderzoeksinstituut blijkt nu dat de bedrijven zélf ook amper inzetten op een duurzame productieketen.

Ecologische duurzaamheid. Daar draait het bij meer en meer bedrijven om. Veel minder vaak komt de sociale kant aan bod. Van de 53 Belgische bedrijven die onderzocht werden, bleek minder dan 1 op 3 een strategische aanpak te hebben om mensenrechten te respecteren in hun productieketen. In de voedingssector en textielsector worden ondertussen een aantal stappen gezet, maar andere risicosectoren als die van de bouwmaterialen en de financiële sector hinken achterop.

De bedrijven die zich wél inspannen houden het meestal op een gedragscode voor hun leveranciers. Zo eisen ze bijvoorbeeld eerlijke lonen en een verbod op kinderarbeid in hun productieproces. Ook certificaten, waarbij een externe partij de keten beoordelen op duurzaamheid, zijn bij deze bedrijven niet ongebruikelijk.

Bindende regelgeving

Maar hoe kan een bedrijf controleren of een leverancier zich aan de afspraken houdt? En wordt telkens de volledige productieketen gedekt of zijn er nog gaten in het systeem? 'Door bindende minimumvoorwaarden op te leggen kan de overheid hier een grotere rol in spelen', zegt onderzoeker Boris Verbrugge. 'Daarnaast moet ook het aankoopbeleid van de overheid aan bepaalde sociale miminimumstandaarden voldoen, zodat ze de bedrijven op dat vlak concurrentieel kunnen uitspelen.'

De noodzaak aan bindende regelgeving, waar Wereldsolidariteit en ACV voor pleiten, wordt door de studie dus bevestigd. Beide organisaties hopen dan ook dat een beleidskader rond mensenrechten in toeleveringsketens  zal opgenomen worden in het volgend regeerakkoord.