Vragen & Antwoorden

Als wereldburger ben je solidair. Je geeft iets van jezelf, omdat je vindt dat ook anderen het recht hebben op een goed leven, net zoals jij. Ook als je de persoon aan wie je geeft niet persoonlijk kent, ook als die aan de andere kant van de wereld woont.
Je kreeg vast al eens de vraag waarom je dat doet en misschien zag je ook al wenkbrauwen fronsen bij je engagement en solidariteit. Daarom geven wij hier wat argumenten, als antwoord op de vragen die je als wereldburger zeker eens zal krijgen. Misschien dat ze je kunnen helpen bij het beantwoorden ervan.



Vraag 1: Waarom zou ik geld geven aan Wereldsolidariteit? Er verandert toch niets in de wereld.

De wereld verandert enorm! Alleen vallen veranderingen niet altijd op en bovenal, ze worden heel snel als vanzelfsprekend gezien. Denk maar aan wat hier bij ons veranderde. Wie had er in de jaren ‘30 gedacht dat vrouwen ooit stemrecht zouden krijgen? Wie had er in de jaren ‘60 gedacht dat vrouwen zouden blijven werken eens ze kinderen hadden? En tot ver in de jaren ’90 was het toch de normaalste zaak dat er overal gerookt werd? Dat kan je je vandaag toch niet meer inbeelden? Wie had er durven dromen dat een zwarte president ooit de Verenigde Staten van Amerika zou leiden? Eén die een universele ziekteverzekering promoot nog wel.
Er zijn ook grote veranderingen in het Zuiden, alleen krijgen die niet altijd de aandacht die ze verdienen. Wereldsolidariteit maakt veranderingen mogelijk in het Zuiden. Zo investeert ze in organisaties zodat ze zich kunnen wapenen vóórdat een bepaalde ramp zich voordoet. In Bangladesh installeerde de organisatie GK een tyfoonalarm, dat vissers op tijd verwittigt om aan land te komen als er een storm op komst is. De organisatie Mosctha in de Dominicaanse Republiek beschikt over interventieteams en mobiele klinieken, die ook klaarstaan als orkanen of aardbevingen hun eiland teisteren. In Ethiopië bouwden onze partners graanbanken, zodat er voedsel beschikbaar is wanneer de schaarste dreigt. Dankzij Wereldsolidariteit worden mensen en hun organisaties sterk genoeg om zelf initiatieven te nemen en hun rechten op te eisen. Een sterk voorbeeld hiervan is het project van Zuster Jeanne Devos. Zij kwam twintig jaar geleden bij Belgische organisaties aankloppen voor steun aan huisarbeidsters in India. Niemand had toen ooit van de term ‘domestic worker’ gehoord. Vandaag wordt huisarbeid officieel erkend. Huispersoneel heeft arbeidsrechten. In 2013 werd de vakbond voor huisarbeidsters in India officieel gesticht in aanwezigheid van Wereldsolidariteit en ACV Voeding en Diensten. Elke vrijwilliger die met Wereldsolidariteit op ervaringsreis is geweest kan de lijst aanvullen met voorbeelden van projecten waar mensen beter van worden.
Dankzij Wereldsolidariteit verandert er wel degelijk iets in HUN wereld!



Vraag 2: Zouden ze niet beter eerst de problemen in België en Europa oplossen? Er is hier toch al miserie genoeg?

En wat met de armoede bij ons? Er is geen wereldburger die dit zal ontkennen, integendeel. Vaak zijn de mensen die betrokken zijn bij Noord/Zuid ook diegenen die meedoen aan acties van Welzijnszorg, of die zich belangeloos inzetten in tweedehandswinkels, voedselbanken enz… Maar deze mensen weten ook dat de oorzaak van armoede een universeel gegeven is, dat armoede hier en ginder door dezelfde mechanismen wordt veroorzaakt: uitsluiting van mensen en gebrek aan of afschaffing van waardig werk. Wereldsolidariteit staat voor een universeel armoedebeleid. De verbondenheid tussen Noord en Zuid beperkt zich niet tot de choco op onze tafel of de kleren die we dragen. Ook onze dalende welvaart en de wijze waarop er aan onze sociale rechten wordt geknabbeld bewijzen dat we er alle belang bij hebben dat de vier pijlers van de waardig werk agenda wereldwijd worden gerealiseerd: "arbeidsrechten, sociale bescherming, sociale dialoog, creatie van werkgelegenheid." Een Wereldburger is er zich ook van bewust dat de armoedewijken in Brussel bevolkt worden door Belgen van vreemde origine die uit het arbeidscircuit worden geschopt. Vaak nadat ze in hun land zijn gevlucht voor armoede, werkloosheid of repressie. Ook deze realiteit toont aan dat we niet op een eiland leven. En als we het dan toch over choco en kleren hebben: de arbeidsomstandigheden van de arbeiders in de productieketen wil je niet mee op je bord of aan je lijf.

Vraag 3: Waarom zou ik geld geven aan een goed doel? Ik weet niet eens of mijn geld wel terecht komt…

Wereldsolidariteit is een ngo en een vzw. Als vzw zijn er heel wat spelregels voor financiële transparantie, maar ook de ngo-richtlijnen zijn duidelijk. Waaraan en hoe Wereldsolidariteit z’n geld besteedt wordt op verschillende niveaus gecontroleerd. Een eerste niveau is dat van het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking. Wereldsolidariteit wordt door de overheid erkend als ngo. De erkenningsprocedure is gelinkt aan een gedetailleerde controle. Daarnaast kijkt de overheid er via een jaarlijkse financiële controle op toe dat alle middelen correct besteed worden. Ook het ministerie van Financiën controleert. Als goed doel heeft Wereldsolidariteit de bevoegdheid om fiscale attesten uit te schrijven, de overheidsdienst Financiën controleert steekproefsgewijs of we aan de voorwaarden hiervoor voldoen. Op eigen initiatief laten we onze werkwijze doorlichten door de belangenvereniging VEF, de Vereniging voor Ethiek in de Fondsenwerving. Wie lid wordt van deze federatie verbindt zich ertoe de morele kwaliteit van fondsenwerving en de doorzichtigheid van de rekeningen te garanderen. VEF controleert of een organisatie op een ethisch verantwoorde manier haar middelen verwerft. Het label van het VEF moet je jaarlijks verdienen als organisatie. Ook 11.11.11 als koepel van Vlaamse ngo’s controleert, in het kader van de bijdrage die WS ontvangt uit de 11.11.11 campagne. En uiteraard gaan wij voor transparantie door onze cijfers te publiceren op onze website, in ons jaarverslag en op andere publieke plaatsen zoals ngoopenboek. Samen bieden deze controleorganen de garantie dat jouw gift terecht komt waar hij hoort: bij onze partners in het Zuiden.


Vraag 4: Mijn gift, is dat geen druppel op een hete plaat?

Om het met een boutade te zeggen: “als je in een woestijn heel veel druppels laat vallen op verschillende plaatsen, verdampen die in het zand. Maar als je heel veel druppels op dezelfde plaats brengt, dan creëer je een oase”. Of gewoon een ander gezegde : “Rome is niet in één dag gebouwd”. Door Wereldsolidariteit te steunen maak je duurzame veranderingen mogelijk. Zo is de kindersterfte in Bangladesh gehalveerd, sinds vrouwelijke verpleegsters van GK kraamhulp tot in de dorpen brengen. In de Dominicaanse Republiek hebben vandaag 120.000 mensen uit de informele sector recht op sociale zekerheid, dankzij de organisatie Amussol. In Togo werd een heel belangrijke collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten voor arbeiders in de vrijhandelszones, een mijlpaal voor een land waar arbeidsregelgeving quasi onbestaande is. Enkele voorbeelden van realisaties met jouw gift. Niet in één dag, soms waren jaren nodig om veranderingen op gang te brengen. Maar elke verandering is er dankzij het vertrouwen van Wereldburgers in Wereldsolidariteit en haar partners.



Vraag 5: Er gaat al een percentage van ons BNP naar ontwikkelingssamenwerking. Waarom moet ik dan nog een persoonlijke gift overmaken?

De subsidies van de overheid zijn strikt gereglementeerd en betekenen voor Wereldsolidariteit 60% van de totale inkomsten. Enerzijds omdat subsidies nooit 100% het goedgekeurde programma financieren, anderzijds omdat een hele reeks kosten niet gesubsidieerd worden. Een ruime marge aan eigen middelen laat Wereldsolidariteit ook toe om continuïteit in de werking te garanderen of om projecten te steunen in landen waar bijvoorbeeld geen overheidssteun wordt voor voorzien. Subsidies zijn essentieel voor de realisatie van een ngo-programma, voldoende eigen middelen in een organisatie garanderen de overheid een partner die op eigen benen kan staan. Daarom blijft uw gift belangrijk.

Vraag 6: Waarom doen al die organisaties aan fondsenwerving? Zouden ze niet beter hun inspanningen groeperen? Dan krijg ik tenminste geen tien oproepen…

De meeste ngo’s zijn ontstaan door het engagement van enkele mensen, of een organisatie. Logisch dat dit aansloot bij waar zij mee bezig waren, of in geloofden als oplossing voor armoede. Op dit moment specialiseren verschillende zich nog steeds in diverse problemen. Als donateur heb je het recht je eigen vrije mening te volgen, en het goede doel te steunen waaraan jij het meeste belang hecht. De ngo’s en middenveldorganisaties werken trouwens steeds meer samen. Denk maar aan de samenwerking binnen de koepel 11.11.11, of de coalities rond waardig werk en sociale bescherming die Wereldsolidariteit vormt met andere ngo’s en vakbonden, of het platform rond gezondheidszorg met mutualiteiten. En ook in het Zuiden worden de partners aangemoedigd om samen te werken met andere organisaties in hun omgeving.